Pedagogisch partnerschap - Samen Koers bepalen
16 april 2026
De avond begon met de vraag aan de zaal: wat heb je moeten doen of laten om hier te kunnen zijn vanavond? En wat zijn jullie verwachtingen? In een interview deelde onze bestuurder Akke Wiersma daarna een persoonlijk verhaal. Zij sprak over haar droom om samen met ouders en scholen een wij- gemeenschap te vormen rond kinderen. Daarbij benadrukte zij het belang van een gedeeld kompas, dat niet alleen gaat over weten, maar ook over doen, zijn en leven. Hoe geef je samen richting, en hoe doe je recht aan verschillende perspectieven?
Elkaars perspectief
In het gesprek met de zaal stond sterk centraal dat het kind echt in het midden moet staan. Deelnemers herkenden hoe emoties daarin een grote rol spelen. Ouders reageren vaak vanuit hun hart, zeker als het om hun kind gaat (je kind is je hart), terwijl leerkrachten soms meer vanuit overzicht en professionaliteit kunnen kijken. Ouders benoemden dat het helpt om niet direct te reageren vanuit emotie/boosheid, maar om te zoeken naar de vraag achter gedrag en naar de context van een kind. Soms is het nodig om eerst op de pauzeknop te drukken en beter te begrijpen wat er speelt.
Ook vertrouwen kwam nadrukkelijk naar voren. Ouders vertrouwen hun kind (volledig en niet een beetje) toe aan school, terwijl leerkrachten een grote verantwoordelijkheid dragen. Dat vraagt veel van beide kanten. Ouders willen de leerkracht kunnen vertrouwen en tegelijk leren loslaten. Leerkrachten werden gewaardeerd om wat zij vaak goed doen: aanvoelen wat een kind nodig heeft, kinderen ruimte geven en oog hebben voor hun eigen tempo en ontwikkeling.
Er werd gesproken over het beeld van het kompas en de vraag of soms ook een kaart helpend zou zijn: een meer concrete beschrijving van mogelijkheden, routes en verwachtingen. Tegelijk werd benoemd dat ieder kind anders is en dat wat voor het ene kind werkt, niet automatisch voor een ander kind werkt. Juist daarom is het zoeken naar passende wegen voor ieder kind van belang.
Een terugkerend thema was de spanning tussen individuele behoeften van kinderen en de werkelijkheid van de groep. Er werd benoemd dat wanneer een kind in een groep opvalt omdat het ‘anders’ is, dit vragen oproept over erbij horen, ruimte voor verschillen en acceptatie, en dat daar de leerkracht een belangrijke rol heeft in het begeleiden van de groepsdynamiek. Juist in die verschillen is samenwerking nodig: samen zoekend, samen lerend, vanuit hetzelfde belang, namelijk het goede voor het kind.
Verder kwam naar voren dat kinderen ruimte nodig hebben om zichzelf te worden. Dat betekent ook dat zij niet voor alles beschermd kunnen worden. Ontwikkeling vraagt tijd, rijping en soms ook het leren verdragen van ongemak. Leerkrachten spelen daarin een belangrijke rol, net als ouders. Elkaar opzoeken, elkaar begrijpen en elkaar serieus nemen werd gezien als de basis van pedagogisch partnerschap.
Tot slot werd benadrukt dat perspectieven mogen verschillen, maar dat dit niet betekent dat belangen tegengesteld zijn. De uitdaging is om van het “ik” naar het “wij” te bewegen. Dat is niet altijd eenvoudig, zeker voor ouders die vooral hun eigen kind zien, terwijl leerkrachten de hele groep overzien. Juist daarom is het belangrijk om elkaars perspectief in te brengen, elkaar te blijven ontmoeten en samen verantwoordelijkheid te dragen voor de ontwikkeling van kinderen.
Tussendoor speelde theatergroep Bint de verhalen uit de zaal terug met theater en muziek. Dat was opvallend raak en werkte als een mooie spiegel en reflectie op wat er gedeeld werd.
Noord, West, Zuid, Oost
De deelnemers gingen vervolgens in groepen uiteen om per windrichting met elkaar in gesprek te gaan, waarbij eerst in alle groepen de vraag centraal stond: waar staan we voor? Daaruit kwamen kernwoorden naar voren als vertrouwen, verbinding, elkaars perspectief zien, gelijkwaardigheid, gedeelde verantwoordelijkheid, veiligheid en steeds het oog op het kind (als onderdeel van de groep) in de driehoek van school, ouder en kind.
In de uitwerking per windrichting werden als opbrengsten onder meer genoemd: afstemming, open en oordeelloos kijken, heldere communicatie, wederzijds begrip, laagdrempelig contact en school als ontmoetingsplek. Ook werden belemmeringen benoemd, zoals knelpunten in communicatie, onduidelijkheid in de relatie tussen school en ouders en maatschappelijke waarden zoals prestatiedruk die de school binnen komen.
Tot slot werd benadrukt dat ook ouders onderling een gedeelde verantwoordelijkheid hebben in hoe zij spreken over school, leerkrachten en kinderen, en dat in de bredere samenwerking rond zorg en ondersteuning vooral transparantie en wederzijds vertrouwen nodig zijn.
Het ontwikkelteam pedagogisch partnerschap neemt de opbrengsten van de avond mee in de ontwikkeling van een visie op pedagogisch partnerschap.